Nieuws

24
Mar

Btw en firmawagens 2013: hoeveel btw is aftrekbaar?

Btw en firmawagens 2013: hoeveel btw is aftrekbaar?

De fiscus heeft nieuwe richtlijnen uitgevaardigd voor personenwagens en btw. Sinds 1 januari 2013 zijn deze regels onverkort van kracht.

 

Waarover gaat het?

Indien een firmawagen ook deels voor private doeleinden gebruikt wordt (waartoe ook het woonwerkverkeer behoort), geldt vanaf 1 januari 2013 onverkort de regel dat de btw op de investeringen en kosten met betrekking tot deze personenwagen slechts aftrekbaar is in de mate dat deze wagen voor de beroepsactiviteit wordt gebruikt (art. 45 § 1 quinquies WBTW).

Daarbij geldt ook de regel dat de btw op een personenwagen sowieso voor maximum 50 % aftrekbaar is (art. 45 § 2 WBTW).

Hoe moet dit nu concreet toegepast worden sinds 1 januari 2013?

 

Opmerking vooraf: voor nieuwe en voor bestaande voertuigen

De nieuwe regels zoals hieronder besproken zijn zowel van toepassing op de nieuw aangekochte als op de voorheen aangekochte voertuigen.

 

Nieuw vanaf 1 januari 2013: onmiddellijke toepassing beroepspercentage

Reeds bij de toepassing van de nieuwe algemene regels moet u een onderscheid maken.

 

1. Gratis privaat gebruik van de firmawagen

Van bij de aankoop moet de btw-plichtige het percentage beroepsgebruik bepalen en toepassen op de aftrek van de btw, en dit zowel voor de investeringen als voor de kosten (bv. onderhoud, brandstof, herstelling, wisselstukken, toebehoren) als voor gehuurdewagens (bv. leasing). M.a.w. de btw-aftrek van een gemengd gebruikte personenwagen moet van in den beginne beperkt worden tot het percentage beroepsgebruik (en natuurlijk steeds met het maximum van 50 %).

De voorheen toegepaste praktijken waarbij bijvoorbeeld sowieso 50 % van de btw werd afgetrokken op een bedrijfswagen en nadien enkel btw werd afgedragen op een voordeel in natura, is dus niet meer aan de orde.

 

2. Betalend privaat gebruik van de firmawagen

Indien de gebruiker van de bedrijfswagen betaalt voor zijn privaat gebruik van de firmawagen, wordt het voertuig geacht enkel gebruikt te worden voor de beroepsactiviteit van de onderneming. Bijgevolg moet de vennootschap de btw-aftrek op dit voertuig niet beperken tot het btw-beroepspercentage. Artikel 45 § 1 quinquies WBTW is niet van toepassing.

Maar de maximumaftrek van 50 % (art. 45 § 2 WBTW) is wel van toepassing.

Concreet zal voor deze wagens dus altijd 50 % van de btw afgetrokken mogen worden. Betalend privaat gebruik kan op verschillende manieren gerealiseerd worden, bv. Inhouding op het loon, maandelijkse betaling van een vergoeding, boeking op rekeningcourant.

 

Hoe het btw-aftrekpercentage bepalen bij gratis gebruik?

In het geval van gratis privaat gebruik moet dus het btw-aftrekpercentage bepaald worden.

De fiscus stelt in haar richtlijnen drie concrete methodes voorop om de verhouding tussen beroep en privé en dus het aftrekpercentage voor de btw te bepalen.

 

1. Gedetailleerde rittenadministratie

De eerste methode bestaat in een gedetailleerde rittenadministratie per voertuig. Deze kan manueel of geautomatiseerd (bv. gps) bijgehouden worden. Een volledige rittenadministratie veronderstelt daarbij het bijhouden van volgende gegevens met betrekking tot de dagelijkse verplaatsingen voor beroepsdoeleinden:

■ datum van de rit;

■ begin- en eindadres;

■ afgelegde kilometers per rit;

■ totaal afgelegde kilometers per dag;

■ totaal jaarlijks afgelegde kilometers (begin- en eindtoestand kilometerteller).

Zo kan per voertuig voor elk jaar de precieze verhouding tussen beroeps- en privékilometers berekend worden.

Bedenking: ook al is dit in theorie een sluitend geheel, toch stelt zich voor vele concrete situaties de vraag of het praktisch doenbaar zal zijn om dit “foutloos” toe te passen …

 

2. Semi-forfaitair op basis van het woonwerkverkeer

Een tweede methode is gebaseerd op een combinatie van de kilometers woonwerkverkeer en een forfaitair aantal “andere” privékilometers.

Dit gebeurt als volgt:

■ u berekent de afstand tussen woonplaats en vaste plaats van tewerkstelling;

■ dit aantal kilometers vermenigvuldigt u met 2 (heen en terug) en vervolgens met 200 (aantal werkdagen);

■ daar telt u 6 000 bij (forfaitair aantal andere private kilometers);

■ het aldus bekomen aantal kilometers plaatst u tegenover het totaal aantal afgelegde kilometers per jaar: zo kent u het percentage “privaat” gebruik;

■ de rest wordt geacht het beroepsgebruik van de bedrijfswagen te weerspiegelen.

 

Opmerkingen:

■ De 200 werkdagen zijn een forfaitair aantal en dit aantal houdt per definitie rekening met vakantiedagen, ziektedagen, dagen thuiswerk, dagen zonder woonwerkverkeer, enz.

■ De betreffende gegevens (bv. woonwerkkilometers, 200 en 6 000) worden proportioneel aangepast indien nodig (bv. ingebruikneming of buitengebruikstelling tijdens het jaar, wijziging woon- of werkadres tijdens het jaar).

Concreet betekent dit onder andere dat, indien het aldus berekende percentage beroepsgebruik 50 % of meer bedraagt, de btw sowieso voor 50 % aftrekbaar is (toepassing van het maximum van art. 45 § 2 WBTW).

 

Enkele voorbeelden:

■ Een directeur van een onderneming beschikt over een bedrijfswagen;

totaal aantal afgelegde kilometers: 40 000;

afstand woon-werk: 30 kilometer;

totaal niet-btw: (30 x 2 x 200) + 6 000 = 18 000 kilometer;

dit bedraagt aldus minder dan 50 % van het totaal aantal kilometers;

besluit: de btw is voor 50 % aftrekbaar (maximum van art. 45 § 2 WBTW).

■ Een administratief medewerker beschikt over een bedrijfswagen;

totaal aantal afgelegde kilometers: 15.000;

afstand woon-werk: 15 kilometer;

totaal niet-btw: (15 x 2 x 200) + 6 000 = 12 000 kilometer;

percentage niet-BTW-gebruik: 12 000: 15 000 x 100 = 80 %;

besluit: de btw is voor 20 % aftrekbaar.

Dit verschilt aanzienlijk met voorheen: toen was er 50 % aftrek van de btw en werd er daarnaast btw afgedragen op het voordeel van alle aard.

■ Een vertegenwoordiger beschikt over een bedrijfswagen;

totaal aantal afgelegde kilometers: 50 000;

de vertegenwoordiger heeft geen woonwerkverkeer; totaal niet-btw: (0 x 2 x 200) + 6 000 = 6 000 kilometer; dit bedraagt aldus minder dan 50 % van het totaal aantal kilometers;

besluit: de btw is 50 % aftrekbaar (maximum van art. 45 § 2 WBTW).

 

Uit deze voorbeelden leiden we alvast twee praktijkgerichte bedenkingen af:

■ positief: het lijkt realistisch om aan te nemen dat deze methode in vele gevallen kan toegepast worden en zelfs tot een “wenselijk” resultaat zal leiden, wat meestal neerkomt op een aftrek ad 50 % (wat sowieso het maximum is);

■ negatief: voor een aantal functies met relatief veel woonwerkverkeer ten opzichte van het totaal aantal afgelegde kilometers, zal de btw-rekening duurder worden.

 

3. Forfaitair 35 %

Bedrijven die beschikken over minstens 4 personenwagens, kunnen kiezen voor een algemeen forfait van 35 % btw-aftrek. Deze keuze geldt dan wel voor alle gemengd (!) gebruikte personenwagens.

Indien u deze keuze maakt, is deze keuze bindend voor 4 jaar, nl. het jaar zelf van de keuze plus de drie volgende jaren.

Bedenkingen:

■ Deze oplossing wordt door de fiscus toegestaan “bij wijze van proef”.

■ Deze oplossing minimaliseert de administratieve last voor het bedrijf: voor alle investeringen en kosten wordt gewoon (en definitief) 35 % btw afgetrokken (bv. geen administratie inzake het gebruik bijhouden, geen jaarlijkse herzieningen).

■ In dit geval blijft voor de volledig beroepsmatig gebruikte personenwagens de btw aftrekbaar voor 50 % (nl. het maximum volgens art. 45 § 2 WBTW).

 

Is een gecombineerde toepassing van de methodes toegelaten?

In geval van keuze voor de derde methode (algemeen forfait van 35 %), geldt dit voor alle gemengd gebruikte vervoermiddelen. Bijgevolg kan u methode 1 en 2 niet meer toepassen (in voorkomend geval te beoordelen voor de ganse btw-eenheid).

Anderzijds gelden methode 1 (rittenadministratie) en 2 (semi-forfait op basis van woonwerkverkeer) per voertuig: u kan per wagen de best passende methode kiezen.

U mag voor elk voertuig wel slechts één methode per jaar toepassen.

Dit heeft o.a. als voordeel dat slechts één aftrekpercentage moet worden gehanteerd bij de inboeking van de facturen.

Ten slotte kan u voor de methodes 1 en 2 ook nog kiezen voor een globaal gemiddeld aftrekpercentage per categorie van vervoermiddelen (dat jaarlijks berekend wordt): dit is gelijk aan de som van alle individuele percentages gedeeld door het aantal vervoermiddelen in de betreffende categorie (en vervolgens afgerond naar de hogere eenheid.

 

Hoe jaar na jaar het juiste percentage toepassen?

Vermits aan het begin van het jaar de juiste cijfers voor de berekening van het btwaftrekpercentage nog niet gekend zijn (bv. totaal aantal afgelegde kilometers, woonwerkverkeer dat kan wijzigen), wordt tijdens het jaar gewerkt met een raming van de betreffende cijfers.

De raming gebeurt als volgt:

■ Het definitieve beroepspercentage van het voorgaande jaar geldt als raming voor het nieuwe jaar.

■ Voor een eerste jaar (dus als er nog geen beroepspercentage van een vorig jaar voorhanden is) maakt u zelf een passende raming.

In het jaar van de aanschaf trekt u voor de volledige btw dit percentage af.

Vervolgens wordt elk jaar een herziening toegepast in functie van de uiteindelijke exacte cijfers; deze herziening wordt uiterlijk opgenomen in de btw-aangifte van 20 april van het daarop volgende jaar.

Specifiek voor de btw op de aankoopprijs van het voertuig gebeurt de herziening telkenjare op 1/5de van de btw die afgetrokken werd bij de aankoop.

 

Voorbeeld

Aankoop personenwagen in 2013: 50 000 euro.

Btw: 50 000 x 21 % = 10 500 euro.

Btw-aftrek bij aankoop: 50 % op het volledige bedrag, dus 5 250 euro;

Het beroepsgebruik in 2013 blijkt achteraf slecht 40 %.

Herziening voor 2013: ((10 500 x 50 %) – (10 500 x 40 %)) : 5 = (5 250 – 4 200) : 5 = 1 050 : 5 = 210 euro.

 

Geen herziening voor vroeger aangekochte personenwagens met oude btw-regels!

Maar (!): voor personenwagens die u aangekocht hebt vóór 2013 met toepassing van de “oude” regels, moet u geen herziening toepassen op de btw afgetrokken bij de aankoop.

De nieuwe regels moeten voor deze voertuigen alleen toegepast worden op de jaarlijkse gebruikskosten.

 


Comments are closed.